De Europese Denkschool is opgericht in de wetgeving inzake staatssteun. Bijgevolg werd het economische onderzoek van staatssteun in de artikelen 106 en 107 VWEU gewijzigd.

 

Een bedrijf dat overheidssteun ontvangt, verkrijgt een voordeel ten opzichte van zijn concurrenten. Bijgevolg is staatssteun verboden, tenzij deze gerechtvaardigd is om redenen van algemene economische ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat dit verbod wordt nageleefd, ziet de Europese Commissie erop toe dat staatssteun binnen de EU-regels wordt nageleefd.

 

Als eerste stap moet worden bepaald of een onderneming staatssteun ontvangt.

 

  • Is het een interventie van de staat of met staatsmiddelen? Het kan verschillende vormen aannemen, zoals subsidies, rente- en belastingverminderingen, garanties, overheidsbezit van een onderneming of een deel ervan, of levering van goederen en diensten tegen preferentiële voorwaarden, enz.
  • Biedt de interventie op selectieve basis een voordeel voor de ontvanger? Hebben alleen specifieke bedrijven of sectoren van de industrie, of profiteren bedrijven in specifieke regio's van deze methode?
  • Is de concurrentie verstoord?
  • Is interventie waarschijnlijk van invloed op de handel tussen lidstaten?

 

Algemene maatregelen worden niet als staatssteun beschouwd omdat ze niet selectief zijn en op alle ondernemingen van toepassing zijn, ongeacht hun omvang, locatie of sector. Voorbeelden hiervan zijn algemene belastingmaatregelen of arbeidswetgeving.

 

Tegenwoordig zijn de bepalingen inzake staatssteun volledig in overeenstemming met de economische beginselen die zijn ontwikkeld in het EU-mededingingsrecht.